Cijfers en overgangscriteria
Cijfers en SOMtoday
Gedurende het schooljaar kun je in Somtoday per vak je actuele gemiddelde volgen. Deze cijfers worden voortdurend bijgewerkt zodra een docent een nieuw resultaat invoert. De gemiddelde cijfers aan het einde van het schooljaar vormen je definitieve eindcijfers.
Houd hierbij rekening met de volgende afspraken:
De cijfers op het eindrapport zijn het gemiddelde van al je behaalde resultaten, zoals PTO-toetsen en overhoringen.
Alle PTO-toetsen moeten zijn gemaakt. Ontbrekende toetsen worden in SOMtoday tijdelijk genoteerd als een 1,1. Deze moeten uiterlijk op de voorlaatste lesdag zijn ingehaald, anders wordt de 1,1 definitief (de inhaalplicht blijft echter bestaan).
In SOMtoday worden gemiddelden gedurende het jaar afgerond op één decimaal.
Afronding op het eindrapport
Op het eindrapport worden de gemiddelde eindcijfers afgerond op hele en halve cijfers volgens de volgende systematiek:
6,2 wordt een 6
6,3 of 6,7 wordt een 6,5
6,8 wordt een 7
Overgangsnormen
Bij de overgang kijken we naar je gemiddelde cijfers en het aantal onvoldoendes. Een cijfer is een onvoldoende als het (afgerond) een 5,5 of lager is.
5,74 wordt afgerond naar een 5,5 (onvoldoende)
5,75 wordt afgerond naar een 6,0 (voldoende)
Overgangscriteria
De overgangsnormen bepalen of een leerling kan doorstromen, opstromen of moet afstromen:
Doorstromen: Naar het volgende leerjaar binnen hetzelfde niveau (bijv. van 1-mavo naar 2-mavo).
Opstromen: Naar een hoger niveau (bijv. van 1-mavo naar 2-havo).
Afstromen: Naar een ander niveau (bijv. van 2-havo naar 3-mavo).
Klik voor de details:
Bevorderingscriteria
Van 1 havo naar 2 havo
Een leerling wordt bevorderd wanneer:
- het gemiddelde van alle vakken 7,0 of hoger is en
- er niet meer dan drie onvoldoendes staan, waarvan maximaal één voor Nederlands, Engels of wiskunde.
Plaatsing van 1 havo naar 2 mavo
Een leerling wordt geplaatst in 2 mavo wanneer:
- niet aan de criteria voor bevordering naar 2 havo wordt voldaan en
- het gemiddelde van alle vakken op het eindrapport 6,0 of hoger is, of
- wanneer de docentenvergadering van mening is dat de leerling geschikt is voor de mavo.
Van 2 havo naar 3 havo
Een leerling wordt bevorderd wanneer:
- het gemiddelde van alle vakken 6,5 of hoger is en
- er niet meer dan drie onvoldoendes staan, waarvan maximaal één voor Nederlands, Engels of wiskunde.
Plaatsing van 2 havo naar 3 mavo
Een leerling wordt geplaatst in 3 mavo wanneer:
- niet aan de criteria voor bevordering naar 3 havo wordt voldaan en
- het gemiddelde van de mogelijke examenvakken* 6,0 of hoger is, of
- wanneer de docentenvergadering van mening is dat de leerling geschikt is voor de mavo.
* Onder mogelijke examenvakken verstaan we alle vakken, met uitzondering van levensbeschouwing, lichamelijke opvoeding en tekenen.
Van 3 havo naar 4 havo
Een leerling wordt bevorderd wanneer:
het gemiddelde van alle vakken 6,5 of hoger is,
er bij de vakken die in 4 havo gevolgd gaan worden niet meer dan één onvoldoende staat (waarbij geldt dat er voor de profielvakken geen onvoldoende mag staan en bij Nederlands en Engels maximaal één onvoldoende mag staan, niet lager dan 5,0), en
de stage met een voldoende is afgerond.
Plaatsing van 3 havo naar 4 mavo
Een leerling wordt geplaatst in 4 mavo wanneer:
- niet aan de criteria voor bevordering naar 4 havo wordt voldaan en
- het gemiddelde van de mogelijke examenvakken* 6,0 of hoger is, of
- wanneer de docentenvergadering van mening is dat de leerling geschikt is voor de mavo.
* Onder mogelijke examenvakken verstaan we alle vakken, met uitzondering van levensbeschouwing en lichamelijke opvoeding.
Van 4 havo naar 5 havo
Bevordering vindt plaats op basis van de volgende regeling,
die is afgeleid van de zak / slaag regeling van het Centraal Schriftelijk Eindexamen. De vakken levensbeschouwing, maatschappijleer, cultureel kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding tellen samen als één vak. We noemen dit vak het combinatievak. Het combinatievak telt mee als eindcijfer.
De leerling wordt bevorderd van 4 havo naar 5 havo wanneer
alle cijfers een 6 of hoger zijn
of
de eindcijfers voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde
hooguit één 5 bevatten.
en
aan de volgende eisen voor de eindcijfers van alle vakken voldaan wordt:
Het gemiddelde van alle eindcijfers moet minstens een 6,0 zijn.
Hoogstens twee eindcijfers mogen een onvoldoende zijn. Dit kunnen twee 5’en of een 5 en een 4 zijn. Lager dan een 4.0 is niet toegestaan.
en
het eindcijfer van het combinatievak gemiddeld een 6,0 is.
De cijfers voor de individuele vakken van het combinatievak mogen niet lager zijn dan een 4.0.
De eindbeoordeling van het vak lichamelijke opvoeding dient een V of G te zijn.
Bespreekmarge
Indien door één eindcijfer fictief met één punt te verhogen de leerling alsnog aan bovenstaande criteria voldoet, is de leerling ‘bespreekgeval’.